Toen ik in 1989 aankwam

In Geraardsbergen

Kende ik deze stad amper… Nochtans was ik hier ooit geweest als kind, naar de dierentuin in het abdijpark. Maar wat mij toen het meest bij bleef was het goede gevoel wat ik kreeg bij zoveel schoonheid, de glooiingen, het opklimmen naar de markt, de vesten, de muur, het hield maar niet op… Er kwam steeds een nieuwe uitdaging op mijn parcours, het maakte mij zowaar euforisch… 

Ik wou iets doen voor deze stad

In 1990 kreeg ik in een vlaag van diezelfde (eerdere) euforie een ingeving: ik wou meehelpen deze stad meer glorie te geven dan in mijn eerste aanblik. Maar de vraag was hoe? Ik was een Gentenaar en vlug kwam ik met de negatieve punten in contact van deze mooie stad. Want ik kan u verzekeren, na jarenlang in de Ardennen te hebben gewerkt , ook de zee goed te kennen, was ik overtuigd: Geraardsbergen is de mooiste van alle steden en gemeenten in dit land, ik was dus overtuigd. Helaas botste ik toen op de andere kant van de médaille: Geraardsbergenaars waren lang niet zo mooi als hun stadje… Zo schoon hun omgeving was, zo gesloten zij waren voor indringers. De plaatselijke bevolking is echt niet gastvrij, niet lief voor buitenstaanders en dat is een groot minpunt om een stad te doen bloeien…

Dus ik besloot het anders aan te pakken, zelf moest ik geen “groot” politieker worden, dat is mijn echte aard niet, want dan krijg je vijanden en ik wou geen vijanden. Ik zag hier een opkomend talent, hij zou deze stad boeiend en bloeiend maken, dacht ik toen… Binnen de kortste ontmoetingen zag deze man de fonkelende lichtjes in mijn ogen voor zijn stad en dacht … Die ga ik lekker “gebruiken”… 

Als een achteloze prostituee liet ik mij naaien, langs alle kanten, sommigen lieten mij vallen, ik behoorde nu bij de elite, de dikke koppen. Ik kreeg vijanden veel vijanden, maar naïef zoals ik toen was, bleef ik geloven in Geraardsbergen, in zijn potentieel, in zijn toekomst. Tot de dag dat men mij zou gaan aanvallen op mijn werk, waar haalden ze het toch vandaan, mijn ambitie voor deze stad, te mengen met politiek, met de partij spelletjes bij mijn werkgever. Ik werd plots een zeer slechte man, ik moest gestraft worden wegens imago schade aan mijn werkgever. Ik begreep er niks meer van, ik was werkelijk op een slecht pad geraakt. De man in wie ik zoveel vertrouwen had, dat hij de geschikte persoon was om deze stad op te waarderen bleek … een pad in een korf te zijn geweest… 

Ik werd diep ongelukkig , verkankerde mezelf, sloot mij af van de buitenwereld, Geraardsbergen maakte mij letterlijk kapot en ik wou hier zo graag iets moois maken, samen met alle Geraardsbergenaren genieten van deze mooiste plaats…

Ik voorzag een kabelbaantje van aan “den bleek”, waar nu een verwaarloosd openlucht zwembad achterblijft. Een kabelbaantje tot op de “Oudenberg”! Mijn werkgever kon een exclusieve attractie uitwerken in de mei-maand … Van ver buiten onze stad konden pelgrim’s eenvoudig naar den Oudenberg , de kapel gaan, met een kabelbaantje over onze mooie stad. Ik zag nog meer, want ik wou iedereen laten genieten. Via een tweede kabelbaan (veel korter dan de eerste) konden de mensen van de Oudenberg naar het Abdijpark afdalen. Daar konden ze genieten van groen en rust en een koffietje drinken eventueel…

Ik zag die mensen dan verder naar beneden gaan, langsheen de kaai en de ‘grote winkelstraat” , waar handelaars met veel liefde de straat inpalmden met hun producten… Een souvenir meepikten , een mattentaart voor hun familie meenamen op de trein naar huis … NIEMAND zou ooit zijn bezoek aan Geraardsbergen vergeten, niemand zou Geraardsbergen zien zoals vandaag: een stad zonder toekomst, een grijze stad vol zure burgers, met zeer veel leegstand. Zonder handelszaken en met een bestuur dat maar één leuze heeft: EIGEN ZAK EERST.

Vandaag ben ik van de kanker af ik vond een nieuw leven door naar katten te kijken en van hen zeer veel te leren. Kom in mijn buurt en ik zal van je weggaan, blijf je aandringen zal ik bevriezen, ik ga geen discussie meer aan met mensen. Maar val mij niet aan want wie weet vecht ik wel tot de dood. Ik ben nu 100% kat en sterker dan ooit, heb geen kudde volk meer nodig en trek mijn plan en geniet nog elke dag van mijn uitzicht … over Geraardsbergen.

DE KATMAN 

Deel dit hier:

2 reacties op “Toen ik in 1989 aankwam”

  1. Het grootste probleem in Geraardsbergen is dat de huidige politici alles onder controle houden door vriendjespolitiek! Er is GEEN economie in deze stad, het énige wat jobs aan de mensen “geeft” is de politiek. Ze hebben een overdreven administratie uitgebouwd en binnenkort komt er zelfs een “kenniscentrum” bij , het heeft miljoenen en miljoenen meer gekost dan begroot … Zo binden ze de stemmers aan hun vast en souperen al het geld rustig verder op, niemand DURFT zijn mond open te doen …

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *